Weekblad Panorama uit 1977

Den Haag hersteld zich na een moessonachtige plensbui. Achteloos, één hand achter het stuur, elleboog uit de portierraampje loodst Aad Mansveld zijn peperdure Mercedes door het verkeer. Op de Troelstrakade pakte hij een sigaretje uit zijn zak. Even later doemt achter lekkende bomen de hoofdingang van het Zuiderpark op. "Dat was het dan", zegt Aadsje met een beetje schreef gehouden hoofd.

Het oude, vertrouwde beeld". Na een carrière van veertien jaar  in de standaard elftallen van ADO en FC Den Haag, had Feyenoord doodsnood nog een kwart miljoen over voor de in jaren al tamelijke antieke, maar nog immer geen slijtage verschijnselen vertonende libero uit de ferme stoere knapentraditie. Mansveld: Toen ik een jaar of negen was, speelden al mijn vriendjes van school in Laakkwartier. Maar omdat mijn neef Frans Kok al jaren in het doel van ADO 1 stond, wilde ik daar ook spelen. Daardoor werd ik bij de partijtjes op het landje aan de Laakkade vreselijk getreiterd. Verloren we, dan was het meteen: Logisch met ééntje van ADO erbij. En dan de verachting waar mee ze dat ADO uitspraken. Betekent eigenlijk Alles Door Oefening, maar die gozers van Laakkwartier hadden het alleen maar over Afdeling Dames Onderbroeken en Achter het Doel Opstellen.

Uiteindelijk speelde ADO eredivisie en bleef Laakkwartier steken in de derde klasse, zodat ik achteraf toch gelijk had om naar ADO te gaan. Maar als kind zijnde kan je zo''n uitzonderingspositie ergens toch moeilijk verwerken. Er zat dan weinig anders op dan er nog maar eens extra hard er tegenaan te kleunen. Ik geloof wel dat dat buitenbeentje zijn op dat landje mijn voetbalkarakter heeft bepaald. Ik heb dat nog wel, hé. Dan loopt zo''n spits je de hele tijd te jennen in dat veld. Echt kwaad wordt ik daar niet meer om, maar loopt zo''n knaap - zeg maar toevallig - dan toch opeens tegen een hijs voor zijn poten aan ... Ja, dat kan Aadtje het toch niet nalaten om even te hurken terwijl ze die gozer weer oplappen en te sissen : Als je niet meer verder kunt lopen dan kan je bij mijn aannemersbedrijf nog wel wat klussen doen hoor. Dat moet ik toen opgedaan hebben. Verder was ik niet zo''n nare jongen vroeger dacht ik.

Buiten geijkte dingen die met het voetballen op straat te maken hadden,  zoals het ingetrapte ruiten en vertrapte tuintjes, herinner ik me eigenlijk maar ééntje. En zelfs dat had nog alles met voetballen te maken. Ik moest een keer na blijven op school en een uur voordat ik moest spelen bij ADO zat ik er nog, toen zei dat pokkewijf: Nou ventje dat duurt nog wel een uur of twee voordat jij hier weg mag. Ik heb toen keihard geroepen bekijk het maar en ben met een bloedgang die school uitgerend naar ADO toe. De laakkade, een voetbalveld als zo vele andere. Het enige opmerkelijke dit veld wordt helemaal ingesloten door de klaslokalen. Een wip kreunt snerpend onder het landerige deinen van twee opgeschoten knullen met meters lange clubdassen van FC Den Haag. Ze negeren Mansveld, de overloper, of lijkt dat maar zo? Mansveld weet niet zo goed wat hij er mee aanmoet. Het gezicht van FC Den Haag is niet meer, iedereen vreest het ergste voor FC Den Haag want wat moeten ze zonder Mansveld, het graniet van de club is weg naar de overkant. Het lijkt erop dat Mansveld zijn verleden in meer dan één opzicht de stoere rug heeft toegekeerd.