Heimwee naar Aadsjuh

Er zijn maar weinig Haagse voetballers die de eretitel "Haagse Held" mogen voeren. De ausputzer van ADO en FC Den Haag was zonder meer één van hen. "Aadsjúh" kon helaas nooit uitgroeien tot een nationale held. Blessures op noodlottige momenten vormden daarvoor een te grote belemmering.

Het was een grauwe winter, die van 1991. Aad Mansveld, de man die er hoogstpersoonlijk voor gezorgd had dat de Haagse ooievaar weer trots over het Zuiderpark kon vliegen, moest in die winter afscheid van zijn familie en het leven nemen. een leven dat slechts 47 jaren telde, maar dat hem volop roem bracht, vooral in Den Haag. Die roem was volledig te danken aan zijn unieke speelstijl. Als vrije verdediger was Mansveld- tot grote vreugde van zijn aanhang - niets- en niemandsontziend, ijzersterk, brutaal en absoluut onverzettelijk. En zijn schot was al even meedogenloos. Deze eigenschappen maakten hem tot groen-geel boegbeeld van onverzettelijkheid in de Nederlandse voetbalwereld. Buiten het veld was Mansveld een sobere, vrolijke, bijna verlegen man. Type ruwe bolster - blanke pit. Nooit verloochende hij zijn arbeidsafkomst, altijd bleef hij gewoon, wars van enig sterrendom. Zo bleef hij altijd bescheiden wonen en zo leidde hij jarenlang een eigen sportzaak.

Oranje
Deze cocktail van kwaliteiten brachten Haagse Aadsjuh zelfs in Oranje, in 1972. In de jaren daarvoor maakte hij furore bij ADO, het latere FC Den Haag, waarvoor hij in totaal ruim 500 keer uitkwam. Onder trainers als Happel, Boskov en Jezek speelde hij daar samen met haagse vedetten als Henk Houwaart, lex Schoenmaker, Harrie Heijnen en Dick Advokaat. Met hen vormde hij een legadarisch team dat geleidelijk heel Nederland veroverde [ o.a. bekerwinst in 1968 en 75, het bereiken van de kwartfinale in de Europa cup]. Mansveld robuuste spel leidde in augustus 1968 tot een invitatie van toenmalig bondscoach Georg Kessler. Zijn eerste officiële interland speelde Mansveld uiteindelijk pas in 1972, nadat in de tussenliggende jaren Ajax nog aan de poorten van het Zuiderpark had aan geklopt.

Tot een overgang naar Ajax kwam het uiteindelijk net niet, Velibor Vasovic bleef nog een jaartje en toen hij vertrok, nam de Duitser Horst Blankenburg diens plek in. Tot een wedstrijd in het felbegeerde oranje shirt kwam het echter wel. Het was de Tsjech Frantisek Fadrhonc die Mansveld in een vriendschappelijk interland tegen Tsjecho-Slowakije in Praag liet debuteren, als vervanger van de aan zijn meniscus geblesseerde collega-beul Rinus Israël. Nederland won die wedstrijd met 2 - 1. Erg op zijn plek in het Nederlands elftal voelde Mansveld zich nooit. De nogal inconsequente Fadronc maakte met zijn opstellingen in volgende wedstrijden duidelijk dat Mansveld in feite tweede keus bleef. Zelfs in de periode dat Israël geblesseerd bleef, lukt het Mansveld niet uit te groeien tot een volwaardig basisspeler. Fadronc gaf voor de liberopositie continu voorkeur aan gewezen middenvelders en backs als Johan neeskens en Dick Schneider. Dit gebrek aan vertrouwen knakte Mansveld, ondanks zijn ijzeren mentaliteit.

Blessures
Toch waren zijn kansen op een selectie voor het [achteraf gezien] baanbrekende WK '' 74 nog steeds niet denkbeeldig. Dat waren ze wel toen Mansveld voor de zoveelste keer in zijn loopbaan getroffen werd door een ernstige blessure. Ditmaal was het zijn enkel die hem weerhield van een deelname aan topvoetbal en een doorbraak als nationale held. zelfs zijn bepaald niet kinderachtige doorzettingsvermogen [hij voetbalde eens maandenlang met een gaatje in zijn voet] kon een afzegging voor de trip naar Duitsland niet verhoeden. Deze enorme teleurstelling betekende tevens zijn afscheid als international. In totaal bleef hij steken op zes interlands. De fan van Muhammed Ali bleef in de periode na de blessure zijn cluppie trouw, op korte en door fans allerminst gewaardeerde uitstapjes naar Feyenoord [ in het spoor van trainer Boskov] en FC Utrecht na. Die uitstapjes duurde in totaal slechts twee jaar. Zijn hart kleurde veel te sterk groen - geel om langer weg te blijven. Verleidingen van andere clubs bleken slechts ultrakorte romances in het leven van een honkvast persoon.

Trainer
FC Den Haag bleef de magneet die Mansveld tot 1981 constant naar zich toe zoog. Toen in 1981, nam hij met pijn in het hart afscheid van de club om trainer te worden bij Laakkwartier en later SV 35. Maar nooit zal zijn naam gewist worden uit het collectieve geheugen van de club FC [ of ADO] Den Haag. Daarvoor waren zijn verdiensten te groot. Om een beetje recht te doen aan zijn status, gaf de club een tribune zijn naam. Hopelijk zal die naam in het nog te bouwen nieuwe stadion behouden blijven, zodat een waarneembare herinnering aan een knokker zal blijven bestaan. Want een knokker, dat was Mansveld, zowel in als buiten het veld. Kort na zijn actieve voetballoopbaan bond hij alweer een strijd aan, met een tegenstander die uiteindelijk machtiger bleek dan een heel elftal bij elkaar. Na een lang gevecht verloor hij dit ongelijke gevecht in 1991. Zijn geboortestad huilde. Den Haag leek die winter killer dan ooit. En de trotse ooievaar ? Die heeft zich sindsdien zelden meer in het Zuiderpark vertoond.

Hakkie Tikkie, Tekst Paul Poley