Nieuwsarchief

23-03-20 Bekerwinst 1975

In deze voetballoze periode, waarin de gezondheid van eenieder met stip op één staat, halen wij graag diverse verhalen uit onze clubhistorie uit de oude doos. Met in dit artikel een verhaal over de bekerwinst van 1975, die tegen ieders verwachting in gerealiseerd werd.

Het winnen van de KNVB Beker in 1975 staat te boek als één van de grootste sensaties in de historie van ADO (FC) Den Haag. Niemand had erop gerekend dat de ploeg van trainer Vujadin Boskov op die donderdag van 15 mei 1975 de Rotterdamse Kuip als triomfator zou verlaten. Tegenstander FC Twente was de huizenhoge favoriet. Bovendien, FC Den Haag bereikte de eindstrijd met hangen en wurgen. Op een wijze zoals ook de competitie verliep.

Met Boskov als oefenmeester liep de jaargang 1974/1975 al vanaf het begin niet echt lekker. In de voorbereiding kreeg de Joegoslavische toptrainer, die Evert Teunissen opvolgde, al met de nodige hindernissen te maken. Aad Mansveld was nog herstellende van de enkeloperatie die hem het WK 1974 had gekost. En tijdens oefenduels kwam een ontstellend gebrek aan scorend vermogen aan het licht. Hoewel FC Den Haag aanvankelijk inzette op de terugkeer van Lex Schoenmaker, drong Boskov aan op het aantrekken van Henk van Leeuwen. ‘Sofort verbinden, dieser Torjäger’, luidde het advies van Boskov aan manager Eddie Hartmann, die bij nader inzien toegaf dat de komst van Schoenmaker financieel nog niet haalbaar was. Zo werd Van Leeuwen na de met Boskov meegekomen Dojcin ‘Dojo’ Perazic de tweede nieuweling.

Voor de rest vertrouwde FC Den Haag op de al aanwezige routiniers Ton Thie, Leo de Caluwé, Mansveld, Rob Ouwehand, Simon van Vliet, Hans Bres, Aad Kila, Joop Korevaar, Hans van Eeden en talenten als Barend van Hijkoop, Leen Swanenburg, Cees Storm, Tscheu-la Ling, Boudewijn de Geer, Hugo Lochtenbergh, René Vreeswijk, Peter Landers, Rob Monnée en Martin Jol. Een selectie die in staat moest worden geacht om mee te draaien in de middenmoot van de Eredivisie. Het ging met horten en stoten.

Het eerste bekeroptreden bleek van hetzelfde laken een pak. In het Zuiderpark had de thuisclub de grootste moeite met het onbevangen spelende SC Cambuur van de jonge trainer Leo Beenhakker. Thomas Haan zette de Friezen op voorsprong, maar binnen een minuut reageerde Van Leeuwen met de gelijkmaker. De 4.500 toeschouwers moesten daarna nablijven, voor de verlenging en een strafschoppenserie. Beenhakker bedacht in de laatste minuut de list die Louis van Gaal op het WK 2014 bij Oranje toepaste tegen Costa Rica: een keeperswissel (Andries Roorda voor Bert van Meurs). Het wierp zijn vruchten niet af. Nadat Mansveld en Henk Prinsen raak hadden geschoten vanaf elf meter, miste De Geer. Hij mocht echter opnieuw aanleggen, omdat Roorda te vroeg had bewogen. De Haagse jonkheer benutte wel de herkansing. Daarna schoten Jol en Van Leeuwen raak en misten de Leeuwarders Mollo Eijer en Willem Spindelaar, omdat Thie de ballen tegenhield. Beenhakker: “Een Eerste Divisieclub is altijd in het nadeel ten opzichte van een Eredivisieclub.

Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken, dat Thie te vroeg bewoog. Beide keren. Dat zag de scheidsrechter niet, maar dat deed hij wel toen mijn keeper dit deed.” Van dit Calimero-gevoel zou Beenhakker later in zijn rijke carrière totaal geen last meer hebben.

Op 9 februari 1975 bekerde FC Den Haag thuis tegen Roda JC. Het werd een bloedeloze 0-0, ook na verlenging. Opnieuw moesten penalty’s de beslissing brengen. Mansveld beukte op de paal, Jo Körver mikte op de lat boven Thie, De Geer schoot raak, Thie stopte een strafschop van Dick Nanninga, Van Leeuwen scoorde en Dick Advocaat deed namens Roda JC hetzelfde. Jol was vervolgens aan de beurt, maar moest zich wel eerst intimidatiepogingen laten welgevallen van Sjef Blatter (‘Het wordt niks, je hebt al zoveel penalty’s gemist’). De Scheveninger schoot raak en vervolgens mocht Blatter aanleggen. Hij schoot op de lat en hielp FC Den Haag de kwartfinale in...

Op de koude stormachtige woensdagavond van 12 maart 1975 had FC Den Haag geen extra tijd nodig om de halve finale te bereiken. Sparta werd in het Zuiderpark (wéér thuis; de laatste jaren een utopie voor ADO Den Haag) geklopt met 1-0. FC Den Haag nam met succes een inleidende vrije trap, een wapen dat in het tijdperk-Boskov steeds meer succes zou opleveren. Uiteraard was aanvoerder Mansveld de nemer. Hij kon weergaloos hard en zuiver schieten. Zijn aanloop was al zo dreigend, dat de muur van menig tegenstander dan al sidderde van angst. Maar Mansveld toonde zich ook vaak een slimmerik door af te wijken van het door de oppositie verwachte patroon. Zo ook tegen Sparta. Zijn verwachte knal op het Rotterdamse doel werd een pass opzij naar Jol, die de bal hoog voor het doel plaatste. Via Storm kwam de bal bij Ling terecht. Ling schoot resoluut de enige bres in de Rotterdamse afweer: 1-0.

Destijds moesten de halve finales op neutraal terrein plaatsvinden. Zo toog FC Den Haag op 16 april naar het (oude) Utrechtse Galgenwaardstadion om Wageningen te bestrijden. De povere eerste helft sloot FC Den Haag af met een voorsprong van 1-0, dankzij een daverend afstandsschot van Mansveld. Na rust werd onder zijn aanvoering een op zijn Engels stormend Wageningen van treffers afgehouden. FC Den Haag plaatste zich dus voor de finale van de KNVB Beker! De vreugde in Haagse kringen was weliswaar groot, maar Mansveld schroomde niet om de manier van spelen te bekritiseren. ‘Wij spelen niet goed, wij hebben op een armoedige wijze de bekerfinale gehaald!’ En gelijk had-ie. In vier wedstrijden bereikte FC Den Haag de eindstrijd na tweemaal een gelijkspel, tweemaal een verlenging en tweemaal een strafschoppenserie. Slechts drie doelpunten in de reguliere speeltijd en zes benutte strafschoppen. Bepaald geen prestaties om in lijsten, wel om Vrouwe Fortuna innig te zoenen uit dankbaarheid.

De aanloop naar de finale op 15 mei 1975 in De Kuip tegen FC Twente liep allesbehalve gesmeerd. De drie competitieduels voor de eindstrijd werden verloren en tegen landskampioen PSV ontstond er bovendien een rel rond Ling, die zich ziek had gemeld en vervolgens door de spelersgroep tot persona non grata werd verklaard. Daags voor de wedstrijd was Ling namelijk in een cabriolet gesignaleerd op de Scheveningse boulevard. Met open dak zat hij bij behoorlijk fris weer in overhemd met open boord achter het stuur. De spelersgroep eiste voor deze ‘onprofessionele’ houding verwijdering van Ling uit de selectie. Twee spelers schaarden zich niet achter de boycot: Jol vanwege zijn vriendschap met Ling en Korevaar vanwege zijn geloofsovertuiging (Jehova’s Getuige), die voorschreef dat kwaad nooit met kwaad moet worden vergolden. FC Den Haag besloot geen actie te ondernemen tegen het spelersveto.

De affaire drukte FC Den Haag nog dieper in de rol van underdog. Na de voorstelling van de spelers aan Prins Claus leek FC Twente in de eerste helft haar favorietenrol waar te maken. De Enschedeërs mochten het spel maken. Zij deden dat als het ware met de rem erop uit angst voor Haagse tegenstoten. Eén keer ontsnapte Twente aan de Haagse buitenspelval. Theo Pahlplatz brak door en leek op weg naar de openingstreffer. Thie kwam zijn doel uit, waardoor de Twentse aanvaller zo ver moest uitwijken naar de zijlijn, dat hij slechts een roller in het zijnet kon produceren. Aan de andere kant profiteerde Bres bijna van een (traditionele) nonchalante actie van Twente’s libero Epi Drost, niet voor niets getooid met de bijnaam ‘Mister Risico’. Na rust toonde FC Den Haag meer lef, dat onder meer gestalte kreeg door de voor de geblesseerde Bres ingevallen Van Hijkoop. En uiteraard door de stuwende acties van aanvoerder Mansveld. En weer was hij het die de enige treffer van de wedstrijd zou inleiden. Met opnieuw een vrije trap.

Twente stelde zich in op een bomaanslag, het werd een tikkie opzij, waarbij Perazic nog moeite moest doen om de bal te veroveren voordat deze over de achterlijn zou gaan. De voorzet van de Joegoslaaf werd halfbakken verwerkt door doelman Volkmar Gross, waardoor Van Leeuwen de bal in het doel kon lepelen.

Alles wat Haagse sympathie koesterde raakte in extase. FC Den Haag op koers naar bekerwinst! Wie had dat gedacht? Echter, er waren nog 23 minuten te spelen. Die leken wel eeuwen te duren. Pahlplatz dreigde nog een keer met een vrije doortocht richting Thie, maar Kila schoffelde hem onderuit. Scheidsrechter Frans Derks verkeerde – zoals vaker – in een tolerante bui en deed er niets tegen. Twente boos, FC Den Haag deerde het niets. Kila kreeg zelfs stiekeme schouderklopjes voor zijn ‘professionele’ ingreep. Het eindsignaal betekende de start van een zelden voorgekomen ontlading bij alles wat FC Den Haag was. Zelfs de altijd stoïcijnse manager Hartmann huppelde juichend over het veld. Het meest blij toonde zich Mansveld. Trots, jubelend als kind dat zijn mooiste cadeau had uitgepakt, nam hij de beker uit handen van Prins Claus in ontvangst. ‘Dat ik dit nog mag meemaken op mijn oude voetbaldag’, zei de aanvoerder glunderend. ‘Ik ben zo trots, ik zet die beker op de Haagse Toren. Iedereen moet ‘m zien!’

De terugreis met de bus naar Den Haag was een ware glorietocht. Het oude stadhuis aan de Javastraat werd als eerste aangedaan. Daar stonden locoburgemeester Nuij en sportwethouder Piet Vink klaar om de glanzende beker te bewonderen en de club te feliciteren. Inmiddels had zich voor de deur een grote massa verzameld. Het verkeer moest worden omgeleid. En vervolgens gebeurde waarvoor de feestvierende supporters waren gekomen: de huldiging op het balkon van het oude raadhuis. Spelers, bestuurders en aanhang togen vroeg in de morgen nog naar het Zuiderpark, waar nog even werd doorgefeest. De speciaal gebrachte ochtendbladen met verslag en impressies van de onverwachte bekertriomf werden gulzig geconsumeerd.

Een dag later moest de beker naar de edelsmid. De trofee was door het wilde gehos uit het lood geslagen. De spelersgroep dook op initiatief van Mansveld de platenstudio in. Daar werd een single opgenomen:

‘We hebben het geleverd, we hebben het geflikt

De beker voor de neus van Twente weggepikt’

En dan in plat Haags:

‘Nou, nou, nou, nou

Heel Twente in de rouw’

Waartoe zo’n bekerwinst niet kon leiden: het bedrijfsleven wilde wat doen en maakte de terugkeer van Schoenmaker financieel (alsnog) mogelijk. FC Den Haag ging Europa in en zou reiken tot en met de kwartfinale, waarin het na legendarische wedstrijden tegen West Ham United nipt werd uitgeschakeld. Als ooit een ploeg bewees dat de weg naar Europees voetbal een korte is en met weinig goals (vier stuks) is te realiseren, dan was dat FC Den Haag wel.

Auteur: Frans Leermakers
Bron: www.adodenhaag.nl