Nieuwsarchief

05-12-17 Bijbelse Aadshju

Michel van Egmond is bekent van zijn boeken over o.a Rene van der Grijp en Willem Kieft. Hij doet elke week vanuit Hilversum verslag van de gang van zaken achter de schermen en bericht over andere kleine gebeurtenissen aan de rand van het voetbalveld. Deze week aflevering 16  Over de bijna bijbelse verering van Aad Mansveld in Den Haag.

Zondagmiddag, vijf december in Den Haag. Het is de sterfdag van Aad Mansveld. Precies negentien jaar geleden overleed hij en in de jaren die volgden groeide de voormalig verwarmingsmonteur uit de Jan Wapstraat uit tot een icoon van bijna bijbelse omvang. Nergens is hij zo springlevend als hier, op de tribunes van het stadion waar hij wordt vereerd als een heilige. Binnen, in de catacomben, kun je zijn portret op de gekste plekken tegenkomen en het is dat één of ander Oosters bedrijf in printers zijn knip trok, anders was dit hele stadion allang naar hem vernoemd.

Oudere Haagse supporters hoeven hun ogen maar te sluiten of ze zien Aad Mansveld wéér tegen West Ham United zijn beroemde drie doelpunten scoren. Voor jongere generaties wordt zijn legende al jaren levend gehouden op internet. Lange tijd was er een website waarop supporters foto’s met hun overleden idool konden plaatsen. Dat leidde tot een wonderbaarlijk mooie collage, een rauw eerbetoon aan een man die leefde in een tijd dat voetballers nog lang geen popsterren waren. Je zag Aad Mansveld als prins Carnaval bij voetbalvereniging Laakkwartier. Als gastkeeper in het elftal van Camping De Ossenberg. Bij de opening van een poffertjeskraam. Op de hometrainer in een nieuw sportcentrum aan de Mauritskade. Hagenezen die te jong waren om Aad Mansveld ooit zelf te hebben ontmoet, namen genoegen met een foto naast zijn grafitti-portret op de stadionmuur van Het Zuiderpark. Eén iemand had zijn hondje er voor gezet en toen snel afgedrukt.

Maar de mooiste inzending was van ene Koos Eland. Op de foto die hij had ingestuurd, zag je Mansveld op een tuinstoel zitten. De voetballer was gebruind en droeg een hoed. Naast hem stond een man in een donkere zwembroek. Dat was Koos Eland. Althans, dat viel op te maken uit het fotobijschrift, want het gezicht van Koos Eland kregen we niet te zien. Onder de foto werd in één lange zin uitgelegd hoe dat zat.

Hoi ben ik op vakantie in Spanje in 1975 wie tref ik aan in ons hotel me idool Aad Mansveld, ik op de foto kom ik thuis zie ik dat mijn vrouw mijn hoofd niet gefotografeerd heb, je snapt dat ik door mijn vrienden toen der tijd flink werd uitgelachen, groeten Koos Eland hopelijk plaatsen jullie deze.

De website ter nagedachtenis aan Aad Mansveld is inmiddels weer in de lucht, want de interesse voor het boegbeeld neemt nog elk jaar toe. Dat blijkt ook vandaag, op het winderige voorplein van het stadion waar hij nu al jaren in brons gegoten de wacht houdt, de armen wijd en de bal voor eeuwig in bezit. Een groepje kleumende supporters staat dan zwijgend om hem heen. Ze leggen bloemen aan zijn verstilde voeten. Een enkeling raakt de sokkel even aan. Ondertussen, in één van de kleedkamers van het stadion, zit een jongen met een kale schedel  op een bankje. Dit is Johnny. Vandaag zit hij in het Storky pak, want Michael is verkleed als Zwarte Piet.

‘We gaan toch niet naar de businessruimte hè?’, vraagt Johnny met een fijn Haags accent, ‘daar kan ik mijn reet niet keren met die snavel.’

‘Heel even maar’, zegt Michael, en daar gaan ze. Johnny is een man van weinig woorden, maar vlak voordat hij definitief de kop van Storky opzet, heeft hij nog wel een waarschuwing. ‘Met dat ding op hoor ik dus in principe ook heel weinig’, zegt hij.

Het wordt een mooie tocht. Als snel botst Storky op tegen een supporter die door het leven gaat onder de naam Marokkaanse Koos. Hij heeft op zijn onderarm een ooievaar getatoeëerd en daaronder de cijferreeksen 0-1 en 07-11-2010. Dat was de datum waarop ADO Den Haag voor het eerst in 24 jaar weer eens van Ajax won. Marokkaanse Koos loert in de snavel van Snorky om te ontdekken wie in het pak zit. Maar veel tijd voor grappen is er niet. Het stadion is groot en de flapschoenen lopen langzaam. Onder de tribune achter het doel, bij de muurschilderingen van legendarische ADO-spelers, wordt het gezelschap Zwarte Pieten ook nog eens tegengehouden. Er moet een foto worden gemaakt.

‘Die vogel moet er ook bij’, zegt een oudere man met een ADO muts en het fototoestel. Johnny schuift het beeld binnen. Helaas heeft hij niet in de gaten dat hij precies voor het muurportret van Aad Mansveld gaat staan. De man met het fototoestel denkt even dat hij niet goed wordt.

‘Weg!’, schreeuwt hij gelijk, ‘Hé! Haal die vogel daar weg!’
Hoofden draaien zich om. Johnny begrijpt de ophef niet. Hij ziet bijna niets door die snavel. De oudere man wijst driftig zijn richting op.

‘Hij staat voor Aad!’, schreeuwt hij, ‘Die achterlijke vogel! Hij staat voor Aad!’
Al snel wordt de verwarring opgelost. Dan schuifelt Johnny een paar meter naar rechts, verschijnt als vanzelf het bidprentjes gezicht van Aad Mansveld en is iedereen weer blij.
Een half uur later. Storky verschijnt op het veld. Als hij John van den Brom de hand schudt, beginnen er zes fotografen te flitsen. De trainer van ADO Den Haag lijkt zich te realiseren dat hij nu opeens met een nep-ooievaar wordt gefotografeerd en probeert zich een professionele houding aan te meten.

Tijdens de warming-up wordt er door de ADO spelers een paar keer op hun eigen mascotte geschoten, maar iedereen mist. Storky doet achter het doel de wave en zwaai zich een schouderfractuur naar Midden Noord. Straks, als hij uit het pak bevrijd is en een snelle douche heeft gepakt, zal Johnny daar straks zelf ook gaan staan om zijn ploeg aan te moedigen. Maar nu is hij nog even Storky.

Vlak voor de wedstrijd blaast een meneer in de middencirkel in een microfoon. Hij  neemt het woord. Het gaat over Aad Mansveld en zijn sterfdag. Achter het doel wordt een doek opgetrokken. Weer kijkt de betreurde libero zijn aanhangers in het gezicht. Daaronder een laken met zijn naam, zijn geboorte- en sterfdatum en twee rode rozen. Vlak voor de aftrap wordt achter het doel Bengaals vuur ontstoken. Dikke rookpluimen waaien over het veld. Er klinkt op verzoek een minuut lang applaus en als je op deze wonderlijke wintermiddag in Den Haag goed kijkt, kun je tussen de rookwolken door zien dat ook Storky zijn vleugels op elkaar slaat voor de mythische Aad Mansveld.