Nieuwsarchief

04-12-12 VI:Bijna bijbelse verering van Aad Mansveld

Michel van Egmond is eindredacteur van het populaire RTL7-programma Voetbal International. Hij doet elke week vanuit Hilversum verslag van de gang van zaken achter de schermen en bericht over andere kleine gebeurtenissen aan de rand van het voetbalveld. Deze week aflevering 16. Over Storky, de snelste mascotte van Nederland, en de bijna bijbelse verering van Aad Mansveld in Den Haag.

Het is maandagavond. In Nederland staat 900 kilometer file. Op de radio wordt rekening gehouden met een record. Toch is er in die immense wachtrij één bestuurder die zijn humeur niet laat verpesten. Dat is Rene van der Gijp.

‘Ik probeer geen negatieve gevoelens op te roepen, zodat ik nergens tegenop zie’, zal hij twee dagen later in een interview in VI uitleggen. Van der Gijp staat dan op de voorpagina. Daarop zie je het kleine prinsje uit Dordrecht met opgetrokken knieën en blote voeten in een fauteuil zitten, het overhemd als vanouds zo ongeveer tot aan zijn schaamstreek open. Levensgenieter, staat er in grote letters onder de foto.

‘Ik ben nooit nerveus’, zegt René van der Gijp in dat bewuste interview. Hier – ingeklemd tussen alle andere stilstaande auto’s op de snelweg – komt die eigenschap goed van pas. Een paar kilometer verderop, in de studio van het Mediapark, is de uitzending namelijk allang begonnen. Thuis wachten meer dan een half miljoen televisiekijkers tevergeefs op een shot van zijn grijnzende hoofd. Maar René van der Gijp kan er allemaal niet van wakker liggen. Hij neemt het leven zoals het komt. De voormalig rechtsbuiten reageert op lange  files zoals hij op alles reageert: nogal laconiek.

Het heeft die avond een merkwaardige televisie uitzending tot gevolg. Van der Gijp begeleidt de eerste van zijn favoriete fragmenten uit het weekeinde nu per telefoon vanaf de A27. Er zijn hem deze week weer drie dingen opgevallen, meldt hij vanuit zijn Jeep. Allereerst een minuutje flipperkastvoetbal uit Heracles-FC Utrecht (‘Dit is werkelijk niet om aan te gluren, man, schei toch uit.’) Daarna een paar opvallend soepele bewegingen van Marc Janko (‘Is niet veel mis mee’). Maar vooral: een beeld van het uitvak van De Kuip, gefilmd tijdens de wedstrijd Feyenoord-ADO Den Haag.

Supporters van de bezoekende partij ontbraken die middag in Rotterdam. In plaats daarvan werd het lege vak nu bemand door twee mascottes. Links een schuimrubberen pop die Coentje heette, rechts een kunststof ooievaar met een grote snavel en een ADO Den Haag shirt. Dat was Storky. Ze stonden naast elkaar en zwaaiden ze met een enorme vlag van de tegenpartij, in een infantiele poging de saamhorigheid tussen de Hagenaars en de Rotterdammers aan te wakkeren. Het is niet overdreven te stellen dat dit beeld René van der Gijp de hele dag al had beziggehouden.

Als de populairste voetbalanalist van Nederland eindelijk in de studio is gearriveerd en het fragment met de mascottes op het beeldscherm wordt vertoond, schiet René van der Gijp wéér in een onbedaarlijke schaterbui. ‘Ja, man!’, roept hij dan, ‘zo’n beeld van die mascottes, dat blijft bij mij heel lang hangen. Als ik zoiets zie, vraag ik me gelijk allerlei dingen af. Of ze hier voor worden betaald bijvoorbeeld. En wat er eigenlijk erger zou zijn: in zo’n ooievaarspak zitten of voor Zwarte Piet spelen? Ha! Misschien is het een taakstraf! Dat kan natuurlijk ook! En waar ik ook nog aan zat te denken: dat er een lekker wijf in zit!’.

De lach van René van der Gijp giert weer als een cirkelzaag over het Mediapark. Hij kan nu niet meer stoppen, zijn verbeelding is op hol geslagen. ‘Dat zou het wel minder erg maken, hè? Als er een lekker wijf in zat? Of stel je voor: die ene is Coen Moulijn en die ander Lex Schoenmaker! Ha! Dat zou ook kunnen, hè? Dat weten wij natuurlijk niet, hè?’

Omdat Rene van der Gijp niet graag uitgelachen is, vraagt hij de regisseur het moment nòg een keer te laten zien. Daar verschijnen ze al, de ADO-ooievaar en zijn schuimrubberen collega van Feyenoord, zwaaiend met hun vlag in een verder leeg vak. Wéér schiet René van der Gijp hard in de lach. Hij kan er maar geen genoeg van krijgen. ‘Ja man! Het is ook een geweldig plaatje. Een héérlijk beeld.’ Hij richt het woord tot Jakhals Erik Dijkstra, die naast hem zit. ‘Ik vond het zó mooi, toen ik dit voor het eerst zag. Ik was ontroerd.’

De volgende dag. Helaas voor René van der Gijp wordt het mascottepak van ADO Den Haag niet bemand door een lekker wijf en ook niet door Lex Schoenmaker. Wel door een 23-jarige verhuizer uit het Bezuidenhout die Michael heet en een groengele oorbel draagt. Wanneer er een dag na de uitzending bij hem thuis wordt gebeld, zit hij net op internet naar de herhaling van VI te kijken. Hij moest wel lachen om Van der Gijp, zegt hij. ‘Maar ik ben geen lekker wijf, nee. Wel Zwarte Piet trouwens. Zondag, als ADO tegen AZ speelt, deel ik pepernoten uit in het stadion. Voor één keer zit er dan een vriend van mij in het pak.’ Een interview vindt hij geen probleem. Wel moet dat eerst officieel worden aangevraagd en goedgekeurd door de persdienst van de club. Regels zijn nu eenmaal regels. Die gelden ook voor schuimrubberen ooievaars.

Helaas is de perschef juist deze dagen een tijdje afwezig. Haar vervanger is Ruud Mansveld. Hij is de zoon van de legendarische verdediger Aad, wiens bronzen beeltenis op het voorplein van het stadion nu bedekt gaat onder een dun laagje sneeuw. Op een mail reageert hij niet. Gebeld met het stadion, komt er wel een stagiair van de persdienst aan de telefoon. Die heeft gelukkig geen moeite met het interviewen van een mascotte.

De volgende middag. Daar komt hij het stadion binnenwandelen, de man die Storky leven gaf. Hij blijkt een opgewekte jongen met stekeltjeshaar en een accent dat je ook veel op Chersonissos hoort. Even later zit hij in een verlaten lounge van het stadion en vertelt hoe het allemaal zo gekomen is. Dat er zes jaar geleden een Amstel commercial met mascottes werd opgenomen en hij toen werd gevraagd. Dat de vorige ooievaar niet voldeed omdat hij erbij stond ‘als een dood vogeltje’. En dat hij het allemaal voor de club doet. ‘ADO Den Haag hoeft mij maar te bellen, of ik sta klaar. Het is geen moeilijk werk. Je moet gewoon een beetje enthousiast doen. Meestal ben ik al twee uur voor de wedstrijd aanwezig. Dan ga ik me rustig omkleden. Daarna maak ik een rondje door het stadion. Handjes geven, beetje zwaaien. Tijdens de warming-up ben ik op het veld, in de rust ook. Met de spelers heb ik een leuk contact. Soms moet je wel uitkijken.

Ze proberen je tijdens de warming-up omver te schieten, of de kop van je romp te trekken. Daarom draag ik ook een soort helm, met een riempje. Daarop is het hoofd van Storky vastgemaakt. Eén keer is het Lex Immers gelukt mijn kop eraf te trekken. Dat was na de promotiewedstrijd. Toen heb ik het maar zo gelaten.’

Het Amerikaanse verschijnsel sportmascotte is ooit Nederland binnengewaaid via Groot Brittannië, waar opstandige voetbalmascottes regelmatig de voorpagina’s van het sportkatern halen. De lijst met incidenten is daar oneindig lang en van een vrolijkmakende simpelheid. Robby the Bobby bijvoorbeeld, de mascotte van Bury, liet al eens zijn rubberen achterwerk zien aan de supporters van Stoke City en ontketende zo bijna een tribunerel. Cyril the Swan, de mascotte van Swansea City, viel op een zaterdagmiddag Zampa the Lion aan, de nietsvermoedende leeuw van Millwall. Hij sloeg zijn hoofd van zijn harige romp en schopte deze onder luid gejuich met een drop-kick de tribune in. De mascotte van Preston North End, een dikke eend genaamd Deepdale Duck, gedroeg zich op een middag dusdanig irritant, dat de keeper van Sunderland zijn doellijn verliet om een bidon naar zijn kop te smijten. Toen de nep-eend door de scheidsrechter werd weggestuurd, verzette hij zich zo hevig, dat hij aan zijn vleugels van het veld moest worden gedragen, een grasmat vol veren achterlatend. Hercules, de leeuw van Aston Villa, werd op staande voet ontslagen omdat hij Miss Aston Villa had proberen te versieren en daarbij, volgens een officieel persbericht van de club, ‘oneerbare voorstellen’ had gedaan. Chaddy the Owl, een uil met overgewicht die hoort bij Oldham Athletic, sprong voor de wedstrijd tegen Carlisle plotseling op een BMX-fiets, ging onderuit en scheurde zijn enkelbanden.

H’Angus the Monkey, de aap van Hartlepool, maakte in de rust van de wedstrijd tegen Scunthorpe seksuele bewegingen achter een mevrouw die zojuist bezig was met de trekking van de loterij. En Wolfie, de beruchte mascotte van Wolverhampton Wanderers, vocht in de rust met drie biggetjes die hoorden bij Bristol City.
 
‘Daar hou ik dus niet van’, zegt Michael, ‘van vechten. Niet als mezelf en ook niet als Storky. Maar het lijkt me wel leuk als mascottes, net als in Engeland, voortaan ook meereizen naar uitwedstrijden. Heel voorzichtig proberen we dat nu ook hier in Nederland voor elkaar te krijgen. AZ en VVV zijn clubs waarmee we daarover al afspraken hebben gemaakt. Ajax? Nee, die niet. Maar dat hoeft voor mij ook niet. Lucky, heet die mascotte van hun. Alleen die naam al…Nee, daar ga ik niet naast staan. Sorry, maar dat doe ik niet.’

Het is een vreemde gewaarwording om de ene mascotte laatdunkend te horen praten over de andere mascotte, maar de voorvallen in Engeland hebben bewezen dat de rivaliteit tot grote hoogten kan stijgen. Om de onderlinge verhoudingen wat te normaliseren, werd daar al in 1999 de Grand National voor mascottes in het leven geroepen. Een jaarlijks evenement met een hoog Monty Python gehalte, waarbij een kleine honderd mascottes uit het hele land in navolging van de beroemde paarden een steeplechase lopen, allemaal in tenue. Veel effect had het niet. Na de tweede editie werd Wolfie beschuldigd van seksuele intimidatie en bleek Harry the Hornet, de horzel van Watford FC, twee ribben te hebben gebroken.

In Nederland staat alles nog in de kinderschoenen, dus waren er dit jaar bij de eerste Nationale Mascotte Run opvallend weinig mascottes aanwezig. Zeven om precies te zijn, waarvan er eigenlijk maar vier van een voetbalclub: Bultje van SC Heracles, Sparta Piet van Sparta Rotterdam, Groby van FC Groningen en Storky dus, alias Michael. De andere drie waren mascottes van bedrijven. Er moest worden gerend en over hindernissen worden gesprongen. ‘Dat viel niet mee met die flapschoenen’, zegt Michael. Maar mooi dat hij als snelste over de streep ging. Zo werd hij winnaar van de eerste Nederlandse Mascotte Run. Hij vierde zijn succes uitbundig. ‘Natuurlijk’, zegt hij, ‘zo vaak pakken we in Den Haag geen prijs.’

Hij legt uit wat zijn werk inhoudt. ‘Kinderen willen een high-five of een knuffel. Die geef ik dan. Dat vinden ze leuk. Ik kom overal in het stadion. Storky is er voor iedereen. Op Midden Noord moesten ze wel even wennen. Nu gaat het prima. Sommigen weten alleen niet dat ik een ooievaar ben. Dan roepen ze ‘duif’ of ‘reiger’ naar me. Niet erg. Als mascotte moet je kunnen incasseren. Het scheelt ook dat de meeste jongens op de tribune weten dat ìk in dat pak zit. Ik kom al mijn hele leven bij de club. Mijn moeder nam me in de maxi-cosi al mee naar Het Zuiderpark. Ik ben er altijd bij als ADO speelt. Thuis als Storky. Uit gewoon als Michael.

Michael heeft ook een achternaam. Hij wil hem best zeggen, maar hij mag niet worden gepubliceerd. ‘Dat wil de club niet. Naar buiten moet Storky gewoon Storky blijven.’ Hij heeft er geen bezwaar tegen als we hem tijdens de wedstrijd tegen AZ volgen, maar ook dit moet eerst officieel worden aangevraagd bij de persdienst. Voor ooievaars gelden géén speciale regels.

Even later, diep in de gangen van het ADO Den Haag-stadion. In de bedrijfskantine heeft Ruud Mansveld net een banaan gegeten. De schil ligt als een pyramide op zijn bord. ‘Storky volgen?’, zegt hij, ‘daar heb ik al een mail over gestuurd.’ Op de mededeling dat die nooit is gearriveerd, begint hij te lachen. ‘Jullie adres is toch info@fabeltjeskrant.nl?’ Dat is Haagse humor. Hij belooft de mail opnieuw te sturen.
‘En ik neem aan dat onze perschef het verhaal wel van te voren mag lezen?’
-Lezen?
‘Ja, lezen.’
-Nou, het is een interview met een mascotte, dus ik weet niet of dat niet zonde van de tijd is…’
‘Ja, doe toch maar. Dat heeft ze graag.’

Diezelfde avond. Michael belt. Hij wil nogmaals benadrukken dat zijn achternaam niet genoemd mag worden. Ook arriveert er inderdaad een mail van ADO Den Haag. Hoera, de nep ooievaar mag praten. Een interview en het volgen van Storky, de mascotte, is nu officieel goedgekeurd. Wel gelden er een paar regels, schrijft de club. Niet alleen moet de achternaam van Michael geheim blijven, zijn gezicht mag ook onder géén beding worden gefotografeerd. Wie er precies in het Storky pak zit, moet ten koste van alles geheim worden gehouden. Later volgt nòg een mail. Speciale toegangskaarten worden klaargelegd, meldt de perschef in haar vriendelijke bericht. Daarin wijst ze er ook nog even op dat de achternaam van Michael niet mag worden genoemd.

Zondagmiddag, vijf december in Den Haag. Het is de sterfdag van Aad Mansveld. Precies negentien jaar geleden overleed hij en in de jaren die volgden groeide de voormalig verwarmingsmonteur uit de Jan Wapstraat uit tot een icoon van bijna bijbelse omvang. Nergens is hij zo springlevend als hier, op de tribunes van het stadion waar hij wordt vereerd als een heilige. Binnen, in de catacomben, kun je zijn portret op de gekste plekken tegenkomen en het is dat één of ander Oosters bedrijf in printers zijn knip trok, anders was dit hele stadion allang naar hem vernoemd.

Oudere Haagse supporters hoeven hun ogen maar te sluiten of ze zien Aad Mansveld wéér tegen West Ham United zijn beroemde drie doelpunten scoren. Voor jongere generaties wordt zijn legende al jaren levend gehouden op internet. Lange tijd was er een website waarop supporters foto’s met hun overleden idool konden plaatsen. Dat leidde tot een wonderbaarlijk mooie collage, een rauw eerbetoon aan een man die leefde in een tijd dat voetballers nog lang geen popsterren waren. Je zag Aad Mansveld als prins Carnaval bij voetbalvereniging Laakkwartier. Als gastkeeper in het elftal van Camping De Ossenberg. Bij de opening van een poffertjeskraam. Op de hometrainer in een nieuw sportcentrum aan de Mauritskade. Hagenezen die te jong waren om Aad Mansveld ooit zelf te hebben ontmoet, namen genoegen met een foto naast zijn grafitti-portret op de stadionmuur van Het Zuiderpark. Eén iemand had zijn hondje er voor gezet en toen snel afgedrukt.

Maar de mooiste inzending was van ene Koos Eland. Op de foto die hij had ingestuurd, zag je Mansveld op een tuinstoel zitten. De voetballer was gebruind en droeg een hoed. Naast hem stond een man in een donkere zwembroek. Dat was Koos Eland. Althans, dat viel op te maken uit het fotobijschrift, want het gezicht van Koos Eland kregen we niet te zien. Onder de foto werd in één lange zin uitgelegd hoe dat zat.

Hoi ben ik op vakantie in Spanje in 1975 wie tref ik aan in ons hotel me idool Aad Mansveld, ik op de foto kom ik thuis zie ik dat mijn vrouw mijn hoofd niet gefotografeerd heb, je snapt dat ik door mijn vrienden toen der tijd flink werd uitgelachen, groeten Koos Eland hopelijk plaatsen jullie deze.

De website ter nagedachtenis aan Aad Mansveld is inmiddels weer in de lucht, want de interesse voor het boegbeeld neemt nog elk jaar toe. Dat blijkt ook vandaag, op het winderige voorplein van het stadion waar hij nu al jaren in brons gegoten de wacht houdt, de armen wijd en de bal voor eeuwig in bezit. Een groepje kleumende supporters staat dan zwijgend om hem heen. Ze leggen bloemen aan zijn verstilde voeten. Een enkeling raakt de sokkel even aan. Ondertussen, in één van de kleedkamers van het stadion, zit een jongen met een kale schedel  op een bankje. Dit is Johnny. Vandaag zit hij in het Storky pak, want Michael is verkleed als Zwarte Piet.

‘We gaan toch niet naar de businessruimte hè?’, vraagt Johnny met een fijn Haags accent, ‘daar kan ik mijn reet niet keren met die snavel.’

‘Heel even maar’, zegt Michael, en daar gaan ze. Johnny is een man van weinig woorden, maar vlak voordat hij definitief de kop van Storky opzet, heeft hij nog wel een waarschuwing. ‘Met dat ding op hoor ik dus in principe ook heel weinig’, zegt hij.

Het wordt een mooie tocht. Als snel botst Storky op tegen een supporter die door het leven gaat onder de naam Marokkaanse Koos. Hij heeft op zijn onderarm een ooievaar getatoeëerd en daaronder de cijferreeksen 0-1 en 07-11-2010. Dat was de datum waarop ADO Den Haag voor het eerst in 24 jaar weer eens van Ajax won. Marokkaanse Koos loert in de snavel van Snorky om te ontdekken wie in het pak zit. Maar veel tijd voor grappen is er niet. Het stadion is groot en de flapschoenen lopen langzaam. Onder de tribune achter het doel, bij de muurschilderingen van legendarische ADO-spelers, wordt het gezelschap Zwarte Pieten ook nog eens tegengehouden. Er moet een foto worden gemaakt.

‘Die vogel moet er ook bij’, zegt een oudere man met een ADO muts en het fototoestel. Johnny schuift het beeld binnen. Helaas heeft hij niet in de gaten dat hij precies voor het muurportret van Aad Mansveld gaat staan. De man met het fototoestel denkt even dat hij niet goed wordt.

‘Weg!’, schreeuwt hij gelijk, ‘Hé! Haal die vogel daar weg!’
Hoofden draaien zich om. Johnny begrijpt de ophef niet. Hij ziet bijna niets door die snavel. De oudere man wijst driftig zijn richting op.

‘Hij staat voor Aad!’, schreeuwt hij, ‘Die achterlijke vogel! Hij staat voor Aad!’
Al snel wordt de verwarring opgelost. Dan schuifelt Johnny een paar meter naar rechts, verschijnt als vanzelf het bidprentjes gezicht van Aad Mansveld en is iedereen weer blij.
Een half uur later. Storky verschijnt op het veld. Als hij John van den Brom de hand schudt, beginnen er zes fotografen te flitsen. De trainer van ADO Den Haag lijkt zich te realiseren dat hij nu opeens met een nep-ooievaar wordt gefotografeerd en probeert zich een professionele houding aan te meten.

Tijdens de warming-up wordt er door de ADO spelers een paar keer op hun eigen mascotte geschoten, maar iedereen mist. Storky doet achter het doel de wave en zwaai zich een schouderfractuur naar Midden Noord. Straks, als hij uit het pak bevrijd is en een snelle douche heeft gepakt, zal Johnny daar straks zelf ook gaan staan om zijn ploeg aan te moedigen. Maar nu is hij nog even Storky.

Vlak voor de wedstrijd blaast een meneer in de middencirkel in een microfoon. Hij  neemt het woord. Het gaat over Aad Mansveld en zijn sterfdag. Achter het doel wordt een doek opgetrokken. Weer kijkt de betreurde libero zijn aanhangers in het gezicht. Daaronder een laken met zijn naam, zijn geboorte- en sterfdatum en twee rode rozen. Vlak voor de aftrap wordt achter het doel Bengaals vuur ontstoken. Dikke rookpluimen waaien over het veld. Er klinkt op verzoek een minuut lang applaus en als je op deze wonderlijke wintermiddag in Den Haag goed kijkt, kun je tussen de rookwolken door zien dat ook Storky zijn vleugels op elkaar slaat voor de mythische Aad Mansveld.